“Overheid maakt zichzelf belachelijk met complete wildgroei aan zonneparken”

“Overheid maakt zichzelf belachelijk met complete wildgroei aan zonneparken”

178
0
DELEN

Volgens wetenschappers en politiek leiders staat de mensheid voor de grootste opgave in haar geschiedenis. Het is daarom onbegrijpelijk dat er geen centrale sturing en lichte dwang plaatsvindt bij de energietransitie. Met de complete wildgroei aan zonneparken maakt de overheid zichzelf belachelijk. Het zou passender zijn dat zij in ons aller belang nu doorpakt en de regie in handen neemt. Daarin past zoiets als een klimaat-warroom waar men werkt vanuit een totaalvisie en een einddatum en als teken dat het menens is alle geschikte platte daken vordert.

In een brief aan de verantwoordelijke ministers uit de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap haar verbijstering dat er geen groot masterplan blijkt te liggen en er enkel een einddatum is die niet gehaald gaat worden. De regering heeft vele adviesraden en onderzoeksinstellingen die haar met woord en daad kunnen bijstaan. Die staan echter niet ter beschikking aan 12 provincies en 380 gemeenten, die nu in het duister tasten en bij gebrek aan eigen beleid schijnbaar elk plan binnen hun gebied honoreren. Het is vreemd te moeten veronderstellen dat dit over zoveel overheden versnipperde beleid meer op zou leveren dan wanneer de regering in Den Haag doet waartoe zij grondwettelijk verplicht is, namelijk ons land leef- en bewoonbaar houden.

Door heel het land worden momenteel boeren, maar ook natuurorganisaties benaderd voor zonneparken op hun land. Omdat gemeenten en provincies graag meewerken aan realisatie komen de eerste parken te liggen in het natuurnetwerk of in ecologische verbindingszones en direct grenzend aan natuurreservaten, nota bene de laatste plekken waar je ze zou willen hebben.

Minister Wiebes, in antwoord op gestelde Kamervragen, geeft zelf aan dat er nog weinig onderzoek gedaan is naar effecten van zonneparken op de biodiversiteit. In dit geval geldt dan het voorzorgsbeginsel, waarbij eerst onderzoek dient plaats te vinden alvorens op grote schaal zonneparken worden aangelegd. En hoewel de effecten van zonnepanelen op de bodem en biodiversiteit nog nauwelijks zijn onderzocht, zijn de resultaten van de tot dusver gedane studies zeer verontrustend. De logica wil dat wanneer er geen licht, water en humus op delen van de bodem komen, die bodem daardoor ernstige schade oploopt. Ook weidevogels, zoogdieren, insecten en amfibieën zullen hierdoor minder foerageergebied krijgen.

Wanneer er voldoende aanwijzingen zijn dat negatieve effecten optreden, vereist het Europese en nationale natuurbeschermingsrecht dat er in de eerste plaats gezocht moet worden naar andere bevredigende oplossingen of locaties, en die zijn er zolang er nog lege platte daken, vuilnisbelten, geluidsschermen/-wallen en braakliggende gronden zijn. Het natuurbeschermingsrecht geeft bovendien aan dat, wanneer er geen bevredigende alternatieven voorhanden zijn, er mitigerende en compenserende maatregelen genomen moeten worden. Dit betekent dat er extra gronden moeten worden aangekocht en gereserveerd, hetgeen niet gebeurt.

In Nederland is geschikt dakoppervlak aanwezig voor maar liefst 270 miljoen zonnepanelen, terwijl momenteel op slechts op 1% van deze daken zonnepanelen liggen. Het benutten van al het geschikte dakoppervlak is niet voldoende om Nederland CO2-neutraal te maken, maar wel om twee keer aan de totale elektriciteitsbehoefte van alle Nederlandse huishoudens te voldoen. Daarnaast kunnen dus vuilnisbelten, geluidsschermen/-wallen en braakliggende gronden benut worden. Pas dan komen landbouwgronden in aanmerking en dan vooral die gronden die ecologisch nagenoeg niets meer voorstellen.

Wij nemen met ontzetting en grote zorgen waar dat vele ingenieursbureaus en andere (buitenlandse) ondernemingen geld verdienen aan de besluiteloosheid van overheden in alle bestuurslagen. Zij laten hun oog vallen op gronden die goedkoop zijn en makkelijk kunnen worden aangehaakt op het elektriciteitsnet. Daarnaast zoeken zij boeren die geen opvolger hebben en hun pensioen zien naderen. Het betreft overwegend boeren in waardevolle landschappen, waar een opvolger slecht gevonden wordt.

Wij vernemen graag van de verantwoordelijke ministers hoe zij zich denken te houden aan natuurbeschermingsverdragen, de Europese richtlijn voor de goede landbouwpraktijk en het klimaatverdrag van Parijs, en hoe zij voorkomen dat de wildgroei van zonneparken het verzet mobiliseert dat zij eigenlijk niet kunnen gebruiken.

Bron: Nederlandscultuurlandschap.nl

DELEN

LAAT EEN REACTIE ACHTER