Fauna van open natuurgebieden, 1990-2016

Fauna van open natuurgebieden, 1990-2016

57
0
DELEN

Sinds 1990 laten de diersoorten in de open natuurgebieden (hei en duin en extensief beheerde graslanden) een afname zien. De laatste tien jaar is de trend gemiddeld stabiel gebleven.


Trend fauna open natuurgebieden
Zoogdieren, broedvogels, reptielen en vlinders van open natuurgebieden gaan sinds 1990 achteruit. De laatste tien jaar is deze trend omgebogen naar een stabiele trend. Als er naar individuele soorten wordt gekeken, blijkt dat er over de gehele meetperiode 28 soorten achteruitgaan zijn gegaan en 12 vooruit.

Oorzaken
De afname in open natuurgebieden komt met name doordat soorten van open natuurgebieden last hebben van het dichtgroeien van natuurgebieden met grassen en struiken. Soorten gebonden aan jonge successiestadia of heel open gebied, zoals tapuit, verliezen daardoor leefgebied. Dit proces wordt versneld door een te hoge stikstofdepositie, zie daarvoor ook de indicator ‘Overschrijding kritische stikstofdepositie op natuur’. Daarnaast speelt ook verdroging, verminderde dynamiek, en een te klein oppervlak leefgebied een rol waardoor sommige karakteristieke soorten zijn afgenomen. Klimaatverandering, natuurherstel en natuurontwikkeling zijn waarschijnlijk de reden waarom sommige soorten een toename laten zien.

Overschrijding kritische stikstofdepositie op natuur

Onderverdeling
Een verdere opsplitsing van deze indicator in de verschillende onderliggende open natuurgebieden is mogelijk voor heide en duinen, maar niet voor (half)-natuurlijke graslanden. Deze indicatoren zijn te vinden onder de volgende links.

Fauna van de heide, 1990-2015
Fauna van de duinen, 1990-2015

Bron: Compendium voor de Leefomgeving

DELEN

LAAT EEN REACTIE ACHTER