Duurzaamheid in de Omgevingswet

Duurzaamheid in de Omgevingswet

80
0
DELEN
Zowel jury als publiek van de Architzer A+Awards kiezen voor Stadskantoor Venlo als beste overheidsgebouw.?Het ontwerp voor het in oktober geopende duurzame Stadskantoor Venlo is vandaag in de prijzen gevallen bij de Amerikaanse Architizer A+Awards. Het door Kraaijvanger Architect...

Van ideaalbeeld naar praktijk

De AMvB’s bij de Omgevingswet bieden diverse aanknopingspunten voor gemeenten om duurzaamheid vorm te geven in visie en beleid. Toch zien Omgevingswetprojectleiders van de G32 nog wel een kloof tussen het ideaalplaatje dat de Omgevingswet schetst en de praktijk in gemeenten die hiermee aan het experimenteren zijn. De ambtelijke G32-themagroep Omgevingswet verkende dit thema tijdens de maandelijkse leerkring van Platform31.

Verankerd als centraal begrip

De G32-themagroep Omgevingswet sprak vorige maand over duurzaamheid en welke mogelijkheden en instrumenten de Omgevingswet aan gemeenten biedt om dit belangrijke thema invulling te geven. Vanuit het interdepartementale team dat werkt aan de AMvB’s gaf Hans In ’t Hout in de leerkring een presentatie over hoe het onderwerp duurzaamheid is verwerkt in de Omgevingswet en de vier AMvB’s. Dat begint bij de centrale doelstelling van de wet om, met het oog op duurzame ontwikkeling, te zorgen voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Waarbij duurzaam wordt vertaald als een goede balans tussen de drie P’s: People, Planet en Profit. In de wet is vervolgens gesteld dat een bestuursorgaan zijn taken moet uitvoeren met het oog op de doelen van de wet. Daarmee is duurzaamheid als centraal begrip in de leefomgeving stevig verankerd, stelt In ’t Hout.

De zes kerninstrumenten bieden elk aanknopingspunten om het begrip concreet handen en voeten te geven. Zo vraagt de verplichte omgevingsvisie gemeenten om een strategische visie te ontwikkelen op duurzame ontwikkelingen rond energietransitie en klimaatadaptatie. In programma’s kan die visie concreet worden uitgewerkt, bijvoorbeeld voor het uitfaseren van aardgas. Het omgevingsplan maakt maatwerkvoorschriften mogelijk, maar kan ook meldingsplichten bevatten of een verbod op houtstook. Gemeenten moeten hiermee zelf aan de slag en eigen keuzes maken, en niet gaan zitten wachten op voorschriften vanuit het rijk, betoogt In ’t Hout.

G32-reactie op AMvB’s

Overigens zal er nog wel meer inhoudelijke sturing komen, verwacht hij. De roep vanuit Tweede en Eerste Kamer om de wet meer inhoud te geven, wordt mogelijk ook opgepakt door de Raad van State, waar de AMvB’s nu voor advies liggen. Daarnaast is er politiek en maatschappelijk toenemende druk om bijvoorbeeld concrete doelstellingen voor CO2-reductie op te nemen in de wet. Ook de G32 heeft vorig jaar in de reactie op de concept-AMvB’s gevraagd om meer handvatten waarmee gemeenten de energietransitie en waterrobuust bouwen kunnen realiseren. Het is aan een nieuw kabinet om richtinggevende keuzes te maken en daar doelstellingen voor gemeenten aan te koppelen, onder andere in de uitwerking van de Energieagenda, de Nationale Omgevingsvisie en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (klimaatverandering), zegt In ‘t Hout. Via een Invoeringsbesluit of ander wijzigingsbesluit kunnen de AMvB’s dan verder worden aangepast om meer ruimte te geven aan de energietransitie.

Niet gaan wachten

Gemeenten hoeven daar niet op te gaan zitten wachten. Op de mogelijkheden die de Omgevingswet straks al biedt, kunnen ze zich nu al voorbereiden. Zo biedt het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) mogelijkheden om maatwerkregels vast te stellen. Bijvoorbeeld via een strengere energieprestatie-eis voor nieuwe gebouwen, via een maatwerkregel in het omgevingsplan. Ook is het mogelijk om strengere eisen te stellen aan materiaalgebruik in nieuwbouw. In een omgevingsplan kan de gemeente ook een energie- of warmteplan opnemen, en keuzes maken over de aansluitplicht voor elektra, gas- of warmtenetten. Dat gaat over de plicht voor bouwers; minister Henk Kamp van Economische Zaken kondigde recent aan dat hij de plicht voor netbeheerders om in nieuwbouwwijken een gastransportnet aan te leggen, uit de Gaswet wil halen. Het programma-instrument is geschikt om het uitfaseren van gasaansluitingen vorm te geven.

Verder kunnen gemeenten in hun omgevingsplan zelf beslissen over houtstook. Wat waterrobuust bouwen betreft, kunnen ze in het omgevingsplan eisen stellen aan de locatie van vitale functies en aan het waterhuishoudkundig bouwrijp maken van gronden. De energietransitie, de klimaatadaptatie en de Omgevingswet zijn voor iedereen nog goeddeels een ontdekkingsreis, stelt In ’t Hout. Zijn advies aan gemeenten is om kennis te vergaren en uit te wisselen en ambities vast te stellen.

Ervaringen uit Enschede en Nijmegen

Voor de G32-projectleiders die zich voorbereiden op de Omgevingswet zijn er nog wel vragen over de mate waarin het theoretische verhaal aansluit op hun gemeentelijke praktijk. Hoe kunnen zij de wet gebruiken om hun duurzaamheidsambities te realiseren of de energietransitie vorm te geven? Ze hopen dat de rijksoverheid de ervaringen en ideeën van gemeenten meeneemt in de vervolmaking van de Omgevingswet. In ’t Hout nodigt hen uit om te blijven meedenken.

Input daarvoor komt in elk geval van Benny Scholte Lubberink, senior beleidsadviseur stedelijke ontwikkeling in Enschede, die al geruime tijd bezig is met de energietransitie in zijn stad. Daarvoor is een geïntegreerd ruimte- en energiesysteem nodig, stelt hij. ‘Dat we van gecentraliseerde energielevering overgaan naar local power, is een grote verandering. Er ontstaat daarmee een balansprobleem tussen vraag en aanbod van energie, dat je moet opvangen met opslag. Dat is een ruimtelijk vraagstuk waar de Energieagenda en de Omgevingswet nog niet op aanhaken.’ In de publicatie Landschap en energie van Dirk Sijmons is zichtbaar gemaakt wat de ruimtelijke voetafdruk is van het verduurzamen van de energievoorziening. ‘Die is enorm, blijkt uit het kaartje van Enschede; een map of hell’, zegt Scholte Lubberink.

Interactieve energiekaart

Voor zijn gemeente heeft Scholte Lubberink door ECN in kaart laten brengen hoe groot het potentieel is voor energieopwekking uit hernieuwbare bronnen en hoe dat ruimtelijk is in te passen. Zo heeft de afdeling Vastgoedinformatie van de gemeente Enschede een interactieve kaart gemaakt, waarin alle locaties staan die kansrijk zijn voor windmolens, zowel vanuit ruimtelijk oogpunt als energiesysteem. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat er met een kleine verschuiving van het natuurnetwerk een windmolen is te plaatsen bij een industrieterrein. En dat er met een warmtekrachtkoppeling eenvoudig 12.000 woningen kunnen worden aangesloten op warmte die nu in de lucht verdwijnt. De bedoeling is om die interactieve kaart met meer kaartlagen en mogelijkheden uit te rusten.

  • Bekijk de presentatie van Benny Scholte Lubberink over een energie-efficiënte ruimtelijke ordening hier.

Integrale omgevingsvisie

Ook Nijmegen is volop aan de slag met duurzaamheid, maar vanuit een ander vertrekpunt: de gemeente werkt aan een integrale omgevingsvisie, waarin ook het duurzaamheidsbeleid wordt geactualiseerd. Dit proces is tegelijkertijd een leertraject om integraal werken te bevorderen in de organisatie, zegt Matthijs Lenis, senior planoloog in Nijmegen en projectleider voor de omgevingsvisie. Want hoewel integraal werken in projecten al best goed gaat, is het nog wel een aandachtspunt bij het opstellen van beleid. Niet eens heel verwonderlijk, als je nagaat hoeveel beleid de gemeente heeft op het gebied van leefomgeving. Nijmegen maakte daar een analyse van en zette al meer dan zestig visies, nota’s, kaders en verordeningen op een rij die straks allemaal in de omgevingsvisie landen. Daarnaast wordt de omgevingsvisie gevoed door sociale thema’s, de resultaten van pilots die nu worden uitgevoerd, het nieuwe coalitieakkoord in 2018 en door de opbrengst van het jaar dat Nijmegen Groene hoofdstad van Europa is (2018).

Om al die doelstellingen te bereiken, heeft Nijmegen de bevolking nodig en dat is volgens Lenis de echte uitdaging. In de pilot Nijmegen Green City probeert de gemeente tegelijkertijd de interne samenwerking te verbeteren en meer bewoners bij de leefomgeving te betrekken die zich normaal gesproken afzijdig houden. Deze “unusual suspects” vragen een totaal andere communicatie- en participatieaanpak, volgens Lenis. Nijmegen gebruikt daarvoor Vijf tinten groen, de door Motivaction onderscheiden duurzaamheidsstrategieën voor verschillende doelgroepen. In een nota van uitgangspunten vertaalt Nijmegen de technisch – abstracte’ doelen naar thema’s die aansluiten bij beleving mensen, zoals gezondheid, recreëren, afval en voedsel. Nijmegen stelt de omgevingswaarden Samen, Gezond & Duurzaam centraal in al het gemeentelijke beleid en in de omgevingsvisie 2019.

  • Bekijk de presentatie van Matthijs Lenis voor meer informatie over de Nijmeegse aanpak om duurzaamheid een plek te geven in de Omgevingswetinstrumenten hier.

In de afsluitende discussie constateert de G32-themagroep Omgevingswet dat participatie – essentieel om draagvlak te krijgen voor duurzaamheid en lokale opwek van energie – een zoektocht voor veel gemeenten is. De Omgevingswet geeft gemeenten veel ruimte hier eigen invulling aan te geven. Ook vindt de groep dat de ambities rond de energietransitie steviger mogen worden neergezet. De verbeterslag op de AMvB’s kan helpen om die punten beter in de wet te verankeren. Ook de nationale en provinciale omgevingsvisies en het deltaplan ruimtelijke adaptatie bieden daarvoor aanknopingspunten. De G32-themagroep spant zich ervoor in om betrokken te zijn en blijven bij deze trajecten en daar de lokale tips en knelpunten in te brengen.

Bron: Saskia Buitelaar, Platform31

DELEN

LAAT EEN REACTIE ACHTER